Mar
13
2008
Homo’s zijn fout, vies, verwerpelijk, ziekelijk, zondig en moeten dood (door middel van steniging of gewoon door ze met hun hoofd naar beneden van een flat te werpen). Dat is althans de mening van christenen en moslims. Bij de gematigde (Nederlandse) christen merk je daar soms weinig van omdat ze maar al te goed beseffen dat er voor dergelijke kwalijke gedachtegangen weinig plaats is in de Nederlandse samenleving. Een ChristenUnie-lid zul je dit ook niet snel horen zeggen, maar als we gedachten konden horen, zouden we dit Rouvoet, Slob en Van Middelkoop kunnen horen denken. Bovendien kunnen we het horen dankzij de stem van de Heere die spreekt via de hoerentong van Yvette Lont, ook ChristenUnie-lid, tevens aanhanger van een Jezus die de naaste lief heeft. SGP’ers zullen dergelijke klets over homo’s gewoon beamen, al zullen ze niet hardop zeggen dat homo’s dood moeten, en alles wat radicaler is dan de SGP zou bovenstaande verwensingen naar homo’s volledig onderschrijven. In de V.S. is dit de gewoonste zaak van de wereld en de gemiddelde moslim zegt het niet alleen maar voert het ook daadwerkelijk uit als het even kan.
Lees verder »
Dec
31
2007
“Ja, hij heeft het gezegde van de oude fiets wel erg serieus genomen”, grappen we in bijzijn van een vriend die de nacht ervoor is geraped door een of andere blonde unit van een jaar of veertig. Logisch, want het is dorpsfeest in een van de diepste gaten van Het Bildt, die streek in Friesland waar jullie tevergeefs over gaan schreeuwen er dood nog niet gevonden te willen worden, want stel dat je daar onverhoopt zonder sigaretten komt te zitten zullen ze je toch nooit vinden. Maar enfin. Op hetzelfde moment krijg ik oogcontact met de vrouw, ze blijkt even verderop aan een tafeltje te zitten, nu in gesprek met notabene de vader van haar slachtoffer van de nacht tevoren. Ze heeft een goed stel oren, want ze kijkt me nu aan met een ietwat geheimzinnige, maar beate glimlach. Klaarblijkelijk interesseert ons geroddel haar geen ene zier, want in de rook van haar gutturale Belinda Menthol staaf, die ze met goor gestickte lippen in ringetjes uitblaast, lees ik toch echt een duidelijke Roger. Ik doe alsof het kwartje nog ergens in de lucht hangt en de ogen wenden zich al snel tot een groepje passerende dorpsgenoten. Daar zit ook mijn buurvrouw tussen. Lees verder »
Nov
13
2007
‘We strompelden langs de rand van een enorm gat, een krater eigenlijk, een afgrond. Zo groot en zo breed als een meer waarvan je de overkant nauwelijks kunt zien. We stopten en tuurden in de peilloze diepte. Plotseling begon de grond onder onze voeten af te brokkelen en weg te zakken. Spleten in de grond openden zich. Scheuren in de aardkorst raasden kreunend en grommend op ons af. We dreigden meegesleurd te worden, de diepte in. We moesten zorgen dat we daar wegkwamen voor het te laat was. Rennen voor onze levens moesten we, alle kanten op behalve in de richting van die gapende aanstormende diepte. We raakten elkaar kwijt.’ Lees verder »
Oct
31
2007
“Je kunt je auto rechts parkeren.”
De man met het zwarte Kiss shirt wijst naar een open plek tussen de bomen. Hij ziet eruit alsof hij een week geen douche heeft gezien. Peach en ik hebben een uur door de polder gereden om Ruigoord te vinden.
“Godverdomme man, kunnen jullie geen borden neerzetten? Ik heb een uur tussen die fucking weilanden gereden.”
“Borden? Het is niet mijn probleem dat je de weg niet weet.”
Hij heeft gelijk, dat is zijn probleem ook niet. Ruigoord is een kunstenaarskolonie onder de rook van Amsterdam. Er wonen mensen die zich niet conformeren aan de huichelachtige etiquette van de maatschappij waarin ze leven. Ik ben er al te lang niet geweest. Ik haat de maatschappij en haar beleefdheidsvormen.
“Da´s jouw probleem ook niet, ik zeg het maar even. Dat je het weet, al heb je er geen tering aan.”
“Cool, man, park your car and relax.”
Parkeer je auto en geniet. Geen gelul. Veel mensen vertellen onaangekondigd onzin waar niemand op zit te wachten. Iedereen luistert. Uit beleefdheid. Omdat het zo hoort. Dat is anders op Ruigoord. Als iets je niet bevalt, dan zeg je dat, niemand die er boos om wordt. Lees verder »
Aug
14
2007
Mijn moeder overleed op veertigjarige leeftijd aan de gevolgen van darmkanker. Ik was toen 12 jaar oud. Het hoeft geen betoog welke verwoestende indruk deze gebeurtenis op mijn verdere leven gemaakt heeft, en het hoeft, vermoed ik, ook geen betoog op welke gruwelijke wijze mijn moeder destijds om het leven kwam. Nog afgezien van het feit dat kanker op zichzelf al per definitie verwoestend is, zelfs als je het overleeft, leed mijn moeder aan kanker in een tijd (en een plaats te weten een klein christelijk en volstrekt achterlijk dorpje genaamd Bennekom) waarin vele malen minder wetenschappelijke kennis over deze ziekte aanwezig was dan nu in 2007. Het was 1987, chemotherapie was in die tijd modern, DNA nog bijna raadselachtig en de ziekenhuizen, zeker die in landelijke dorpjes, waren nog maar beperkt voorzien van de juiste apparatuur. Het ziekenhuis waar mijn moeder als eerste terechtkwam, en helaas voor lange tijd moest blijven, was een zogenaamd streekziekenhuis, wat vooral inhield dat ze er goed waren in het ingipsen van benen en het aanzetten van plastic heupen. Voor het betere kankerbestrijdingswerk kon men beter terecht in een academisch ziekenhuis. Lees verder »
Jul
07
2007
Fascinerend, zo’n nachtje zuipen en toekijken bij het bacchanaal van brallende piepjonge journalisten en schrijvers, die toevallig voor hetzelfde blaadje schrijven waar ik ooit begonnen ben, als iets minder piepjong maar even onervaren scribent. Dat dergelijke toppiejoppie- gezellige bijeenkomsten altijd plaatshebben in het diepste puntje van de provinciaalste provincie (bus: één keer per uur. Route: veertig minuten. En God zag dat het plat was) neem ik dan maar op de koop toe. Het is weer eens wat anders, barhangen en miezerig zijn tussen mensen die allemaal goed kunnen schrijven en niet helemaal sporen omdat ze nou eenmaal schrijver willen worden. Lees verder »
Jul
02
2007
Mag ik wat doekjes voor het bloeden van u? Ja, dank u, dat is wel voldoende. Wat zegt u? Oh, nee, ik zal de doekjes er niet omwinden nee, ik zal het u duidelijk maken, want waarachtig, mijn beste vriend, ik ben dood. Ik ben dood! En toch denk ik dat ik besta, en u hoort het, ik denk het, Cogito Ergo Sum, besta ik nog? Ik droom niet in ieder geval, dat mogen mijn gapende wonden voor u getuigen. Ik voel ze, ik voel de gaten, het bloed gutst er nog uit, ziet u wel. Mijn perceptie van de werkelijkheid, ik schijn nog steeds te kennen. Werken mijn zintuigen nog? Ik zie nog steeds, helder en onderscheiden, dat niet alle muizen even wit zijn, dat kopjes oren hebben ook al kunnen ze niet horen, dat duiven vliegen maar ieder op zijn eigen manier, dat paarden nog steeds paarden heten, ook al hebben ze benen en geen poten. Ik zie nog steeds elke baby op zijn eigen manier groeien, hoor verschillende tonen in het huilen, als een eerste tandje haar weg naar de oppervlakte vecht. Lees verder »
Jul
02
2007
Oh lieve Heer, verlos ons van het boze AllerheiligenConvent, verlos ons van de kwijlende oppervlakkigheid in Uw verenigingen eindigend op de naam Magnus. Want er is niets Groots aan Carolus, Albertus, Fransciscus, behalve de plastic kutten en nylon benen, de immer lightsigaretten rokende zaalhoeren, die over niets anders praten dan het geld van hun ongetwijfeld in de opvoeding tekort geschoten pappa en mamma. Oh Heer, verlos ons van de blauwbloezen, de glad gekapte en androgyn geschoren jongetjes met door mamma gestreken ruitjesbloes, zij die de kunst verstaan om zelfs zonder het koude lemmet van een scheermes te hanteren toch het zweet des aanschijn te verdoezelen in dikke wolken van goedkoop geurende aftershave. Lees verder »
Jul
02
2007
Francoise wordt wakker, drijvend in een dampende plas bloed. Er is geen geluid. Er is slechts duisternis en de geur van bloed. Overal is het bloed, liters bloed. Ze spartelt wild, tracht haar hoofd boven te houden maar het bloed blijft stromen, trekt haar omlaag. Ze wil schreeuwen maar uit haar mond komt geen geluid. Dan golft het bloed haar geopende mond binnen en in een verstilde schreeuw verdrinkt zij. Francoise wordt wakker, de verstilde schreeuw nog dreigend in haar keel. Koud zweet parelt op haar voorhoofd. Haar kussen lijkt doorweekt. Het duurt drie, vier seconden tot ze volledig bij bewustzijn is en beseft dat ze nog leeft. Er is geen bloed, wel zweet. Geen verdrinkingsdood, wel angst. Samen met het bewustzijn dringen langzaam de geluiden van de ochtend binnen: de eerste vogels, bomen in de wind, regendruppels op het raam. Lees verder »
Jul
02
2007
Het is niet het vreugdevolle leven wat wij leiden waardoor wij ons genoodzaakt zien tot nog hoger gelegen en nooit eerder ontgonnen landschappen van vreugde en genot te vertrekken, het is juist de oorverdovende stilte en de gapende leegte die doet verlangen naar de verlichting van het genot. Wij streven naar de grote ontsnapping aan de tirannie van het aardse tranendal. Naar de betere manieren om ons, ook al is het maar voor heel even, te onttrekken aan de realiteit van het bewuste leven. Het krankzinnige bewuste leven. De krankzinnige mens, als enige der dieren in staat tot reflectie, een zelfreflectie. Weten te leven, niet weten waarvoor, kunnen bevatten hoe kort nog te zijn en sterven als de enige zekerheid. Verrotting en bederf als horizon van het bestaan. Zelfs een drosophila, centipede of hippopotamus is bij geboorte al duizend maal gelukkiger dan de mens. Er is geen tragischer lot denkbaar dan het menszijn zelf. Ironisch genoeg kan ook alleen diezelfde mens als enige dit tragische lot bevatten. Zij bevat en bedenkt haar eigen ondergang nog voor zij in staat is te begrijpen hoe zij leeft. Lees verder »